Porcellio bolivari 'lemon'

 

Uitverkocht

13 x Porcellio bolivari 'lemon'

€ 35,00
Uitverkocht

13 x Porcellio bolivari 'lemon'

€ 35,00
  • Deze prachtige, enigszins brede en platte soort is afkomstig uit Spanje.
    (Ik vond in het artikel hieronder dat P. bolivari uit het zuidoosten van Spanje stamt.
Stuttgarter Beitrage Zur Naturkunde Serie A Biologie World Catalog Of Terrestrial Isopod Isopoda Oniscidea 2003
PDF – 1,5 MB 278 downloads
  • Ze leven daar in grotten (weet echter niet zeker of ze uitsluitend in grotten leven).
  • De voorkeurstemperatuur voor P. bolivari ligt tussen de 22 en 25 graden Celsius maar 28 graden schijnen ze ook te kunnen verdragen (weet niet voor hoelang).
  • Houdt de luchtvochtigheid laag; niet hoger dan 50 – 70 %.
  • Maximale lengte is zo’n 30 mm.

Geslachtsrijpe mannen zijn goed herkenbaar aan hun lange uropods waardoor ze nog groter lijken dan hun maximale (lichaams-) lengte. Bij de vrouwtjes blijven deze een stuk kleiner.
Het schijnt dat geslachtsrijpe mannen gemiddeld iets groter en slanker zijn; de vrouwen zijn dus iets breder en kleiner. Ik kwam dit in ieder geval tegen in een beschrijving van een ervaren kweker.

Tevens adviseert hij om niet teveel geslachtsrijpe mannen bij de geslachtsrijpe vrouwen te houden. Een ratio van 1 man per 2 vrouwen werkt bij hem het beste.

Ook opvallend zijn hun behoorlijk lange antennes. Dit zal wel te maken hebben met hun natuurlijke leefomgeving: grotten.

De gele kleur op de rug verschijnt vanuit het midden van de rug en zal op den duur over de hele rug te zien zijn. Bij P. bolivari “lemon” is het geel veel “feller” dan bij de “gewone, gele” P. bolivari.  De “lemon” variant is door selectie ontstaan.

 

Deze soort is erg gevoelig voor muffe, vochtige lucht. Het is dus van groot belang om veel ventilatie aan te bieden en zo de luchtvochtigheid niet te hoog te laten worden.

Verder is de verzorging niet veel anders dan die van de meeste andere Porcellio soorten.

Een, minstens voor de helft van de bak, droge bodem met een vochtige plek met wat veenmos is afdoende. Voor hun vervelling zoeken ze deze plek op, maar ook voor de mancae en de baby isopods is dit van belang.

Ik heb mijn dieren in een bak van 45 liter (Hoogte 30.2 cm - Lengte 57.7 cm - Breedte 39.2 cm) gezet. Ik gebruik als bodemsubstraat een 6 à 7 cm dikke laag van mijn eigen substraat. Ik heb een strook vochtig sphagnum aan een korte zijde gelegd. Hierdoor ontstaat er vanzelf een strookje “vochtige” grond van ca. 10-20 cm. Zo blijft in de bak een droog deel bestaan van ca. 40 x 40 cm.

Om de paar dagen een klein beetje sproeien lijkt noodzakelijk. Maar wees terughoudend, zodat het grote, droge bodemdeel, binnen niet al te lange tijd, weer droog is.

In het middendeel liggen een paar stukken schors en beuken- en berkenblad.

Veel schuilgelegenheid schijnt ook belangrijk te zijn, vooral voor de vrouwtjes. Om die reden heb ik ook een paar stukken eierkarton in de bak gelegd. Deze zijn ideaal voor hun om zich in te verstoppen. Ik heb in het deksel vier ventilatiegaten (50 mm doorsnee) met roostertje gemaakt en in alle vier de wanden twee van dergelijke ventilatiegaten. Op ca. anderhalve meter van de bak draait overdag een kleine ventilator. Deze blaast niet rechtstreeks in de bak maar er langs. Hierdoor wordt er toch een lichte luchtstroom gecreëerd voor een afdoende ventilatie.

Er zijn kwekers die helemaal geen deksel op de bak hebben vanwege de ventilatie. Dit is wel een logische methode natuurlijk, maar in mijn geval doe ik dit liever niet vanwege de varenrouwmugjes die in mijn omgeving snel een plaag vormen (zie Blog 1 en 2).

Als aanvullende informatie kwam ik ook een paar keer tegen dat deze soort nogal gevoelig is/kan zijn voor schimmel in de bak. Een grotendeels droge bodem, goede ventilatie, springstaarten en na een dag het overgebleven voer verwijderen zou meer dan voldoende moeten zijn om schimmelvorming te voorkomen.

Veel schuilgelegenheid schijnt ook belangrijk te zijn, vooral voor de vrouwtjes. Om die reden heb ik ook een paar stukken eierkarton in de bak gelegd. Deze zijn ideaal voor hun om zich in te verstoppen. Ik heb in het deksel vier ventilatiegaten (50 mm doorsnee) met roostertje gemaakt en in alle vier de wanden twee van dergelijke ventilatiegaten. Op ca. anderhalve meter van de bak draait overdag een kleine ventilator. Deze blaast niet rechtstreeks in de bak maar er langs. Hierdoor wordt er toch een lichte luchtstroom gecreëerd voor een afdoende ventilatie.

Er zijn kwekers die helemaal geen deksel op de bak hebben vanwege de ventilatie. Dit is wel een logische methode natuurlijk, maar in mijn geval doe ik dit liever niet vanwege de varenrouwmugjes die in mijn omgeving snel een plaag vormen (zie Blog 1 en 2).

Als aanvullende informatie kwam ik ook een paar keer tegen dat deze soort nogal gevoelig is/kan zijn voor schimmel in de bak. Een grotendeels droge bodem, goede ventilatie, springstaarten en na een dag het overgebleven voer verwijderen zou meer dan voldoende moeten zijn om schimmelvorming te voorkomen.

Als aanvullend voedsel krijgen ze de gebruikelijke isopod-voeding, zoals courgette, wortel, komkommer, fruit, visvoervlokken, vispellets. Aanvullend, omdat het bodemsubstraat vol met “rottend” hout en blad zit.

Dit “rottend hout” schijnt van groot belang te zijn voor het succesvol houden van deze soort.

Weet (nu) nog niet wat hun voorkeur heeft qua voedsel. Zal dit over een paar maanden waarschijnlijk wel weten en het hier dan vermelden.

Dierlijk proteïne wordt doorgaans als belangrijk gezien.

Uiteraard zijn er een paar stukken sepia aanwezig in de bak en zit er dòòr het bodemsubstraat calciumcarbonaat 99+%, foodgrade, E170 gemengd.

 

Voor wat betreft de voortplanting: ik lees vooral dat, wanneer ze eenmaal gesetteld zijn in hun nieuwe leefomgeving (m.a.w. als de omstandigheden van de bak voldoen aan hun eisen), dan gaat de voortplanting redelijk goed tot gemakkelijk.

Worpen van deze soort worden groot tot middelgroot genoemd.

De dieren worden geslachtsrijp wanneer ze ca. 9 maanden oud zijn.

Bij een controle begin jul 2021 trof ik, na lang zoeken, slechts drie exemplaren aan. Dat was een grote tegenvaller! En deze drie dieren maakten ook geen alerte, fitte indruk. Heb het drietal tijdelijk in een kleinere bak gezet. Hier leken ze op te knappen en waren weer alert en vliegensvlug.

Uiteindelijk is volgens mij de reden hiervoor de volgende:
Ik had de bolivari's in een grote bak gezet zoals hierboven te lezen is. Het enige vochtige deel van de bak was een strook van ca. 10 cm aan een korte zijde van de bak. Er was veel schuilgelegenheid, maar vrijwel allemaal aan de droge kant. Het grote verschil met een standaard bak (bodem 30 x 40 cm) is dat ik in de meeste standaard bakken een "brug" heb tussen het droge en het vochtige deel heb. Deze "brug" is een stuk schors waaronder de dieren zich kunnen verstoppen. Het stuk schors ligt met een kant een stukje op het vochtige sphagnum en het grootste deel op het droge deel. Dit lijken alle soorten die droog gehouden moeten worden prettig te vinden. Zo'n brug was er domweg niet in de grote bak. Ik heb sterke vermoedens dat dit de oorzaak van de sterfte is geweest. Uitdroging!

Inmiddels is de situatie veranderd. Zie de foto hieronder. Dit is de inrichting zoals nu nu is (ik heb inmiddels 12 nieuwe bolivari's aangeschaft dus heb ik er nu weer 15). Ik zie de dieren nu meestal met zijn allen bij elkaar onder het schors zitten in het deel tussen droog en vochtig. Ze zijn hier alert en vliegensvlug.
Hoe het nu verder zal gaan, zal ik te zijner tijd hier vermelden. 

Vervolg: halverwege september 2021 zag ik de eerste jonkies in de bak. De volwassen dieren lijken het ook goed te doen.

Begin oktober 2021 zag ik de eerste jonkies (enkele mm groot) onder een stuk sepia zitten. Verder weinig aandacht aan besteed en lekker met rust gelaten. 
Eind oktober 2021 kwam ik ze weer tegen, maar nu al een aardig maatje groter. Zie de foto's. En natuurlijk superblij dat ze het nu wel goed doen. Ook zijn alle volwassen dieren nog springlevend en in goede conditie.

Inmiddels is het begin juni 2022 en ze doen het nu goed. Heb redelijk wat jongen gezien. Genoeg om een groepje van 13 stuks te koop te zetten. 

Weetjes…

  • Ik kom op een aantal sites tegen dat deze soort “The Spanish Princess” genoemd wordt.
  • In eerste instantie werd Porcellio nicklesi als ondersoort van P. bolivari beschreven, maar kreeg al snel een eigen soortstatus.
    Hierdoor is de soms nog steeds gebruikte, wetenschappelijke naam P. bolivari bolivari ook niet meer geldig.
    P. bolivari kent geen ondersoorten.

In het artikel hieronder wordt het een en ander beschreven over de grotten waar ook P. bolivari voorkomt (zoeken op “bolivari”).

Hypogenic Versus Epigenic Subterranean Ecosystem Lessons From Eastern Iberian Peninsula
PDF – 10,6 MB 287 downloads