Armadillidium ameglioi

 

Herkomst

De zuidoostelijke Egeïsche eilanden. Van Rhodos zijn een aantal vindplaatsen bekend. Van de overige eilanden heb ik geen gegevens kunnen vinden.

Ook zijn er vindplaatsen in de “aangrenzende” kust van Turkije (o.a. op het eilandje Kastellorize en enkele plekken op het vasteland)

Ook Italië wordt genoemd als vindplaats, maar dat lijkt mij geografisch onlogisch. Voor wat het waard is.

In de “World catalog of terrestrial isopods (Isopoda: Oniscidea) van de Stuttgarter Beiträge zur Naturkunde, Serie A (Biologie) van het Staatliches Museum für Naturkunde, Rosenstein 1, D-70191, 2003” staat het volgende over de herkomst:

SW-Turkey including the Greek island Kastelörizo; Greece: Aegean islands Sämos, Ikaria, Naxos, Amorgös, Alatsonisi, Khalki, Rödos.

Hier wordt Italië überhaupt niet genoemd.

 

Armadillidium samium en A. ephesiacum worden tegenwoordig beschouwd als synoniemen voor A. ameglioi. Hetzelfde geldt hoogst waarschijnlijk voor A. naxium van het eiland Naxos.

Temperatuur

Gezien hun geografische afkomst zullen ze zich waarschijnlijk prettig voelen bij hogere temperaturen.
Mijn dieren zitten sinds eind 2021 op mijn zolder.

Daar wordt het overdag in de winter maximaal 20-21 graden Celsius en in de nacht minimaal 18-19 graden Celsius.

In de voorgaande zomers liep de temperatuur soms een aantal dagen op tot 29-30 graden Celsius overdag en in die periode werd het in de nacht niet koeler dan ca. 25 graden Celsius. Gewoonlijk is het op zolder overdag maximaal 24-25 graden Celsius en 20-21 graden in de nacht.

Hun bak staat redelijk in de buurt van een radiator dus de wintertemperatuur zal 1 à 2 graden hoger zijn dan hierboven genoemd. De zomertemperaturen zullen ze ongetwijfeld goed doorstaan.

Bij de genoemde wintertemperatuur lijken de diertjes het goed te doen. Er wordt gegeten en ik zie ze wel eens rondwandelen.

Vochtigheid

Hun herkomst doet vermoeden dat ze de voorkeur geven aan een “droge” leefomgeving.

Hun bak is ingericht zoals veel van mijn bakken. Aan één korte kant een strook, altijd vochtig, sphagnum van ca. 7 cm. De aangrenzende 10 cm is licht vochtig door wateroverdracht van het sphagnum. De rest van de bak is droog.

Ik sproei de bladeren 1 x per week en ik bevochtig het sphagnum ook wekelijks. Dat zal in de zomermaanden wellicht iets vaker nodig zijn.

De diertjes houden zich voornamelijk in het licht-vochtige deel op, onder het stuk kurkeikschors. Ik zie ze ook wel eens rondscharrelen door het gebladerte op de droge kant. Ik zie ze echter vrijwel nooit op of in het sphagnum.

Voorlopig lijkt deze manier van houden in orde.

Op dit moment, begin juli 2022, lijken de dieren het nog steeds goed te doen. Ik heb echter nog geen voortplantingsactiviteiten en/of jongen gezien.

Voedsel

Ik geef deze soort het gebruikelijke voedsel dat ik al mijn andere isopods ook geef: courgette of (soms) zoete aardappel, dierlijke, gedroogde eiwitten, visvlokken, bladeren (hazelaar-, kastanje-, beuken- en esdoorn) en rot wit hout. Ook krijgen ze het, door mijzelf samengestelde, droogvoer voor isopods. Dit wordt graag gegeten.

Uiteraard ontbreekt het niet aan sepia in de bak.

 

Voortplanting

In 2022 zijn er een tiental jongen geboren die inmiddels (juni 2023) ook volwassen zijn.

 

Het zijn geen super-actieve diertjes (overdag), maar wellicht zijn ze 's nachts wat actiever. Overdag hangen ze grotendeels ondersteboven aan de onderkant van het kurkeik.

 

Verder valt er nog niet veel over de verzorging e.d. van deze soort te zeggen.